De Slotkapel (voormalige St. Catharinakerk) te Egmond aan den Hoef.

In 1229 werd, in opdracht van Willem I van Egmont, de eerste Slotkapel gebouwd. Deze werd op 8 oktober van gen. jaar ingewijd door wijbisschop Hermannus van Utrecht en opgedragen aan de H. Catharina, de H. Maria en de H. Nicolaas. Willem I sneuvelde in 1234 in het Stadingerland aan de Elbe. Zijn hart werd in zijn kapel begraven. Ook zijn echtgenote, Jonkvrouwe Badeloch van Amstel, die in 1244 stierf, werd in de Slotkapel bijgezet. Volgens de kroniek van Dirk Wouters (het Huis van Egmont 1565) werd de kapel in 1431 door Jan II van Egmont (Jan met de bellen) afgebroken en in zijn huidige vorm herbouwd. De gevelsteen in de westgevel getuigt hiervan. In hetzelfde jaar stichtte hij een kapittel van zes kanunniken en verbond deze aan de Slotkapel. Zo werd de kapel een z.g. ‘eigen kerk’, onafhankelijk van de abdij. Het kapittel had in 1573 ruim 80 hectare grond in eigendom, gelegen in de Binnen-Egmonden.

Om te voorkomen dat Spaanse troepen zich zouden kunnen inkwartieren werd het Slot op 7 juni 1573 door de Geuzen in brand gestoken. Daarbij werd de kapel aanzienlijk beschadigd. Pas in 1633 werd in opdracht van de Staten van Holland begonnen met de restauratie. Delen van de noordgevel werden opnieuw opgemetseld en een nieuw dak werd aangebracht. Ook de gebrandschilderde ramen, geschonken door diverse steden en adellijke families, zijn toen geplaatst. Ruim een jaar later was de restauratie een feit en werd de kapel door de Staten van Holland overgedragen aan de Nederl. Hervormde Gemeente. In de toren, die geplaatst werd in 1680, hing een luidklok, vervaardigd door Wolfart Beeldsnyder. Deze werd in 1750 vervangen door een exemplaar, gegoten door Johan Verbruggen. Het uurwerk dat op de kapelzolder staat opgesteld, dateert uit ca. 1640 en is nog afkomstig uit de rentmeestertoren van het Slot. Vanwege instortingsgevaar dezer toren heeft de ambachtsvrouwe van Egmond in 1832 het uurwerk laten overbrengen naar de kapel. Op dit uurwerk werd de slingertechniek, in 1656 uitgevonden door Christiaan Huygens, toegepast.

In de periode 1913-1914 heeft men de slotkapel, dankzij een anonieme schenking, voor een deel kunnen restaureren. Tijdens deze restauratie werd de ingang in de Zuidgevel dichtgemetseld. De kroonluchters, wandarmaturen en kandelares dateren uit 1913. In 1960 werd opnieuw een restauratiecomité opgericht en kon in de periode 1960-1966 e.e.a. worden hersteld. In 1983 constateerde men dat de Slotkapel bouwkundig in zeer slechte staat verkeerde. Het ontbrak de N.H. Kerk echter aan geldelijke middelen. Op 4-1-1984 werd de Stichting Restauratie Slotkapel opgericht. Per 19-8-1987 is zij eigenaar. Op 7 juli 1986 werd de Stichting Gebruik Slotkapel opgericht. Zij draagt zorg voor culturele activiteiten. Genoemde Stichtingen en de beheerder zorgen met elkaar voor een belangrijk deel van de inkomsten die, ondersteund door subsidies, donaties en legaten, besteed kunnen worden aan het behoud van dit historische gebouw.

Aug. 2014: Jos Hof, pl. historicus, bestuurslid Stichtingen Restauratie en Gebruik Slotkapel.

foto 1. Gevelsteen, in 1431 als eerste steen gelegd door Jan II van Egmont
foto 2. Grafzerk Jan II van Egmont overl. 1451
foto 3. Gebrandschilderd raam, in 1634 geschonken door prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau
foto 4. Interieur na 1634: doophek en kansel (2e helft 17e eeuw)
foto 5. Interieur na 1634: familiebank (eerste kwart 18e eeuw)
foto 6. Luidklok, in 1750 gegoten door Jan Verbruggen
foto 7. Uurwerk, vervaardigd ca. 1640, sinds 1832 ‘onder dak’ bij de Slotkapel
foto 8. Orgel (1898) en kroonluchter (1914) behoren tot de sieraden van de Slotkapel
foto 9. Kerkscheepje, aan de kerk geschonken in 1856

Foto’s Jos Hof, pl. historicus, bestuurslid Stichtingen Restauratie en Gebruik Slotkapel.